Wet invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aangenomen
De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel invoering rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief aangenomen. Dit wetsvoorstel wijzigt Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek door het invoeren van een rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief. Deze maatregel heeft als doel laagbetaalde zzp’ers, die vaak kwetsbare werkenden zijn, beter te beschermen tegen schijnzelfstandigheid.

Drempel en doel
Het rechtsvermoeden geldt voor zzp’ers die minder dan € 38 per uur (peildatum 1 januari 2026) verdienen. De introductie van dit vermoeden maakt het voor deze zzp’ers eenvoudiger om hun rechtspositie als werknemer op te eisen bij de werkgevende en, indien nodig, bij de rechter.
Gevolgen voor opdrachtgevers
Wanneer zzp’ers een beroep doen op dit rechtsvermoeden, moeten de opdrachtgevers aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Als opdrachtgevers dit niet kunnen bewijzen, is er sprake van schijnzelfstandigheid. In dat geval heeft de zzp’er recht op de bescherming die hoort bij iemand in loondienst, zoals recht op loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.
Overig | wetsvoorstel | 36.783 | 16-06-2026
Bovenstaand nieuwsbericht is gepubliceerd
op 25-06-2026. Dit bericht is met veel zorg en aandacht samengesteld.
Desondanks kunnen wij niet volledig instaan voor de correctheid, volledigheid of actualiteit van
de informatie.
Maak een afspraak met ons om de meest recente informatie te ontvangen.