Geen heffingsvrij vermogen bij werkelijk rendement

Een man en vrouw hebben in 2023 uitsluitend bank- en spaartegoeden van in totaal € 229.802. Op deze tegoeden ontvangen zij gedurende het jaar € 1.575 aan rente. De Belastingdienst stelt het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen (box 3) vast op € 1.065. De man vindt dat dit bedrag lager moet uitvallen en beroept zich daarbij op het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad.

Geen heffingsvrij vermogen bij werkelijk rendement

Heffingsvrij vermogen 

De man stelt dat bij de berekening van het werkelijke rendement rekening moet worden gehouden met het heffingsvrij vermogen. Volgens zijn berekening mag daarom slechts een deel van de ontvangen rente worden meegenomen. Hij komt uit op een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 793 in plaats van € 1.065.

Forfaitair rendement

De rechtbank volgt dit standpunt niet. Volgens de rechtbank maakt de Hoge Raad in zijn arrest van 6 juni 2024 duidelijk dat bij de vaststelling van het werkelijke rendement moet worden uitgegaan van het volledige behaalde rendement op het vermogen. Daarbij vindt geen vermindering plaats wegens het heffingsvrije vermogen. Dat betekent dat in deze zaak het volledige bedrag van € 1.575 aan ontvangen rente geldt als werkelijk rendement. Omdat het forfaitaire rendement lager uitvalt dan het daadwerkelijk behaalde rendement, is geen sprake van een situatie waarin de belastingplichtige zwaarder wordt belast dan zijn werkelijke opbrengst.


Rechtbank Zeeland-West-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBZWB:2026:7168 | 19-08-2026


Bovenstaand nieuwsbericht is gepubliceerd op 20-08-2026. Dit bericht is met veel zorg en aandacht samengesteld. Desondanks kunnen wij niet volledig instaan voor de correctheid, volledigheid of actualiteit van de informatie.
Maak een afspraak met ons om de meest recente informatie te ontvangen.